donderdag 3 januari 2013

Onderwijsgroeten uit Finland

Lijstjes zijn in en rankings nog meer. Niet in de laatste plaats in het onderwijs. Internationale vergelijkingsonderzoeken krijgen veel aandacht en voor de uitkomsten hiervan hoeft Nederland zich beslist niet te schamen. Vrijwel altijd is er een mooie subtopplaats gereserveerd voor het onderwijssysteem dat wij hier hebben.

De laatste 12 jaar is bijna altijd te zien dat het Fins onderwijs koploper is. Daarom is het zeer de moeite waard om te gaan kijken welke Finse onderwijsgeheimen er zijn en of wij daar wat van kunnen leren. Vanuit deze intentie zijn inmiddels al behoorlijk wat werkbezoeken georganiseerd en artikelen verschenen, maar het blijft lastig om eenduidige conclusies te trekken. Maar dit ontslaat ons niet van de plicht om kritisch in het buitenland te kijken naar verbetermogelijkheden voor onze scholen. Daarom is de onderstaande discussiefilm gemaakt. Het enige juiste antwoord zult u er niet in vinden, maar als het leidt tot een gerichte discussie over onderwijsverbetering vanuit een internationaal perspectief, dan is het doel van deze film in ieder geval bereikt.



Met dank aan Koen Elbers.

Literatuur
  • Breebaart, P. (2012). Lof voor en waarschuwing bij ‘Finnish Lessons’.
  • Inspectie van het onderwijs (2012). De staat van het onderwijs. Hoofdlijnen uit het onderwijsverslag 2010-2011
  • Mullis, I.V.S., Martin, M.O., Foy, P., & Drucker, K.T. (2012). PIRLS 2011 International results in reading
  • Sahlberg, P. (2012). Finnish lessons. What the world can learn from educational change in Finland.
  • Weggeman M. & De Bruijn, J.A. (2012). Onderwijs vraagt leiderschap.
  • Weggeman M. (2007). Leiding geven aan professionals? Niet doen! Over kenniswerkers, vakmanschap en innovatie

Leestips


    Informatief boek over de onderscheidende kenmerken van het Fins onderwijssysteem. Sahlberg is Directeur Generaal van CIMO (Centre for International Mobility and Cooperation) bij het Finse Ministerie van Onderwijs in Helsinki. Zijn analyse kan onderdeel zijn van een passend West-Europees antwoord op de voortdurende eenzijdige stroom van Angelsaksische denkbeelden over goed onderwijs.


    In tijden waarin de complexiteit van het onderwijssysteem sterk toeneemt, is het sterk onderwijskundig leiderschap dat kan zorgen voor een goede basis voor effectief onderwijs. Weggeman en De Bruijn gaan in hun boek terug naar de kern en beschrijven acht aspecten als het repertoire voor goed leiderschap in een school.

vrijdag 17 augustus 2012

Tablets in het onderwijs

In steeds meer klassen verschijnen tabletcomputers. Vaak nog in de vorm van experimenten of pilots, maar toch. Met elkaar zijn we aan het uitvinden wat de toegevoegde waarde van deze apparaten in het onderwijs kan zijn. En die lijkt op voorhand niet gering. Gaan ze de papieren boeken vervangen of komen ze erbij? Zijn ze de voorbode van een meer digitaal getinte didactiek? Leiden ze tot besparingen? Allemaal interessante vragen met oog op de toekomst. Succesvol werken met tablets in de klas vraagt natuurlijk meer dan de aanschaf van apparatuur. Niet in het minst een ruime mate van onderlinge afstemming en consensus. Misschien kan het samen kijken en bespreken van de onderstaande discussiefilm een mooie eerste stap hierin zijn.



Met dank aan Linda Humme.

dinsdag 24 juli 2012

Opbrengstgericht differentiëren

'Alle leerlingen zijn uniek.' Daar zijn we het meteen al over eens. 'En daar moet het onderwijs wat mee.' Eveneens een veel gehoorde en breed ondersteunde kreet. Het zit allemaal inmiddels diep verzonken in de onderwijsregelgeving anno 2012. En veel leraren en onderwijsmethoden proberen zich te onderscheiden door de leerstof zeer gedifferentieerd aan te bieden. Met als gevolg complexe, omvangrijke en moeilijker te organiseren lessen. Op zich hoeft dat geen probleem te zijn, als er maar voldoende bewijs is dat deze lessen leiden tot effectiever leren en betere leeropbrengsten. En daar wringt de schoen. Dat bewijs is er namelijk niet.

In de opbrengstgerichte onderwijscultuur van de 21e eeuw worden leerkrachten en scholen steeds zwaarder afgerekend op de prestaties van groepen kinderen en op het presteren van hun complete schoolpopulatie. Het is maar de vraag of het sterk gericht zijn op het individu wel leidt tot beter onderwijs. Sterker nog, er zijn behoorlijk wat aanwijzingen dat teveel aandacht voor het individu leidt tot moeilijk organiseerbare lessen, vertroebelde doelen en lagere verwachtingen. Vervolgens moet de leraar veel tijd en energie steken in het organiseren, wat ten koste gaat van het extra begeleiden van leerlingen die het nodig hebben. Goed klassenmanagement is niet het toverwoord waarmee te complexe keuzes gecompenseerd kunnen worden.

Natuurlijk betekent dit niet dat we terug moeten naar klassikaal frontaal onderwijs, waarin te weinig aandacht was voor het omgaan met verschillen. Maar het betekent wel dat differentiëren geen doel op zich mag zijn, maar altijd in dienst zal moeten staan van de leeropbrengsten. En vervolgens moeten we onszelf de vraag stellen hoe dat zo effectief mogelijk kan gebeuren. Wellicht kan de onderstaande discussiefilm u hierbij helpen.



Literatuur
  • Hattie, J. (2009). Visible learning. A synthesis of over 800 meta-analysis relating to achievement.
  • Hattie, J. (2007). The power of feedback.
  • Inspectie van het onderwijs (2012). De staat van het onderwijs. Hoofdlijnen uit het onderwijsverslag 2010-2011
  • Meijerink e.a.(2009). Referentiekader taal en rekenen.
  • Vernooij (2011). Wat bepaalt goede leeropbrengsten?

vrijdag 11 mei 2012

De professionele leraar

In het Onderwijsverslag 2010 - 2011 concludeert de Inspectie van het Onderwijs dat het in grote lijnen goed gaat met het onderwijs in Nederland. Het niveau is, in vergelijking met andere landen, goed. De meeste leerlingen en studenten krijgen onderwijs van voldoende of goede kwaliteit. Absoluut een compliment aan de hele sector! Tegelijkertijd geeft de inspectie aan dat het onderwijs toch beter kan, sterker nog, beter moet. Het lijkt een tegenstrijdige conclusie. Hierbij wordt onder andere verwezen naar hiaten in het didactisch handelen van een deel van de leraren.

In nogal wat publicaties in de media is veel moeite gedaan om deze verbetermogelijkheden zo negatief mogelijk te belichten. Een derde van de havoleraren, een vierde van de VMBO-leraren, een vijfde van de VWO-leraren en een zesde van de basisschoolleraren zouden 'een onvoldoende' scoren als het gaat om het lesgeven. Kloppen deze conclusies en waar zijn ze op gebaseerd? En gelden ze ook voor u en uw school? De onderstaande discussiefilm zet het allemaal eens op een rijtje. Kijk er samen naar, praat erover en trek de conclusies die bij uw situatie passen.



Met dank aan Kees Vernooij.

Literatuur
  • Boekaerts, M. (2005). Motivatie om te leren.
  • Hattie, J. (2009). Visible learning. A synthesis of over 800 meta-analysis relating to achievement. (Zie leestips)
  • Hattie, J. (2007). The power of feedback.
  • Inspectie van het onderwijs (2012). De staat van het onderwijs. Hoofdlijnen uit het onderwijsverslag 2010-2011
  • Jolles, J. (2010) Ellis en het verbreinen. Over hersenen, gedrag en educatie. (Zie leestips)
  • Vernooij (2011). Wat bepaalt goede leeropbrengsten?

Leestips


Het meesterwerk van John Hattie, gebaseerd op meer dan 15 jaar onderwijsonderzoek. Op basis van meer dan 800 studies doet hij baanbrekende uitspraken over de belangrijkste invloeden op onderwijs- en leerprestaties.


Zeer informatief boek over hersenen, gedrag & educatie, geschreven door Jelle Jolles. Het geeft visies op onderwijs en opvoeding vanuit de invalshoek van brein en leren.

zaterdag 24 maart 2012

Verantwoord toetsen en rapporteren

Opbrengsgericht werken heeft het onderwijs veroverd. Het woord doelgericht schoot tekort. En ook resultaatgericht heeft het niet gehaald. We gaan voor de opbrengsten. Eerst op het gebied van taal en rekenen, maar langzamerhand zal de verbreding wel weer inzetten. Kiezen is moeilijk en weglaten nog moeilijker, terwijl we allemaal weten dat de kracht zit in de concentratie. Oppassen dus.

Maar er is nog iets enorm belangrijk als het gaat om opbrengstgericht werken, namelijk de meting van de resutaten. Met de toegenomen aandacht zien we de cijferstroom groeien. Een oerwoud aan getallen en beoordelingen moet aantonen welke winst geboekt wordt. Maar is dat zo? Wat gaat er schuil achter deze mooie cijfergevel? Zijn de cijfertjes betrouwbaar en valide of houden ze ons regelmatig voor de gek? Met andere woorden: toetsen en rapporteren we verantwoord? Bekijk de onderstaande discussiefilm en oordeel zelf.

vrijdag 3 februari 2012

De waarde van leesstrategieën

Het is nog niet zo heel lang geleden dat leesstrategieën gezien werden als de redding van het vakgebied begrijpend lezen. Duidelijk was dat de toen gebruikelijke didactiek, het lezen van een (lange) tekst gevolgd door het maken van (veelal ongerichte) vragen, niet tot meer tekstbegrip leidde. Wetenschappelijk onderzoek toonde tegelijkertijd aan dat meer aandacht voor het aanpakgedrag bij het lezen van teksten, dat effect wel had. Een groot voordeel was ook dat aanpakgedrag onderwijsbaar is en er instructie bij gegeven kan worden. Het leidde tot een metamorfose van het vakgebied begrijpend lezen.

Nu zijn we een aantal jaren verder en staan diezelfde leesstrategieën onder druk. Of misschien zelfs wel het hele vakgebied begrijpend lezen (Stoeldraaijer, 2012). Hoe kan dit? Is het terecht? En wat betekent dit voor onze school? De nu volgende discussiefilm kan u helpen om een genuanceerd antwoord te geven op deze vragen. En natuurlijk om de beslissingen te nemen die bij uw school en leerlingen passen.



Literatuur:
  • Fisher F., Frey, N. & Lapp D. (2009). In a reading state of mind. Brain research, teahter modeling and comprehension instruction.
  • Förrer, M & Van de Mortel, K. (2011). Lezen … denken … begrijpen! Handboek begrijpend lezen in het basisonderwijs.
  • Stapel, P. e.a. (2009). Lezen in beeld en Leesstudio. Leerkrachthandleiding.
  • Stoeldraaijer, J. (2012). Dominante rol onderwijsinspectie bij keuze methode. Leesstrategieën werken niet bij begrijpend lezen.
  • Vernooij, K. (2009). Effectief leren werken met leesstrategieën.
  • Willingham, D.T. (2007). The usefulness of brief instruction in reading comprehension strategies.

woensdag 23 november 2011

Brein en leren

Dat het brein een buitengewoon belangrijke rol speelt in ons leven, is een bekend gegeven. Daarmee is het onderdeel van het menselijk lichaam waar we het minst van weten en dat het minst te doorgronden is van cruciaal belang voor bijna alles wat we doen. Thuis, onderweg, op vakantie, maar natuurlijk ook op school. Juist de laatste jaren zien we dat breinwetenschappers zich nadrukkelijk bezig houden met leren en schoolsucces. Hier en daar levert dit interessante, bruikbare en soms zelfs vermakelijke inzichten op. Toch gaapt er een enorme kloof tussen breinwetenschappers enerzijds en onderwijswetenschappers anderszijds.

Onderwijswetenschappers weten vaak te weinig van de meest recente ontwikkelingen op het gebied van de ontwikkeling en werking van de hersenen. Breinwetenschappers zijn echter zelden in staat om hun ideeën door te vertalen naar beter onderwijs, omdat ze niet thuis zijn in de didactische en organisatorische context van de school. Dit is de kloof die de komende jaren gedicht moet worden en dat zal ook gebeuren. Vooral door naar elkaar te luisteren en in discussie te gaan. Om vervolgens te komen tot praktische en gedeelde inzichten waar onderwijsgevenden, onderwijsontwikkelaars en beleidsmakers mee vooruit kunnen.

Literatuur:

Jolles, J. (2011). Ellis en het verbreinen.
Swaab, D. (2011). Wij zijn ons brein.

zaterdag 29 oktober 2011

De referentieniveaus: een drieluik

Het zal niemand zijn ontgaan. Het werk van de commissie Meijereink heeft via een rapport en een referentiekader enige tijd terug een wettelijke status bereikt. En dus gaan we allemaal werken aan de doorlopende leerlijnen door de referentieniveaus in te voeren. Maar wat is er nu precies aan de hand en wat verandert er nu exact? Moeten we als school nu veel tijd gaan steken in een grootschalig vernieuwingsproject over dit onderwerp? Of is dit niet nodig en kunnen we onze innovatieve aandacht beter op andere zaken richten? Bekijk de onderstaande discussiefilms.

De eerste film gaat over wat de referentieniveaus precies zijn en welk doel ze hebben.



De tweede film gaat over de kansen en de risico's bij het invoeren van de referentieniveaus.



De derde film gaat over het implementeren van de referentieniveaus. Wat moet er gebeuren en welke stappen kunnen gezet worden?



Bekijk de films, praat er met elkaar over en trek de conclusies die passen bij uw specifieke schoolsituatie.

Op basis van de films hebben we ook een interactieve checklist gemaakt. Deze kan gebruikt worden om samen periodiek na te gaan of de invoering van de referentieniveaus gebeurt in lijn met de inhoud van de films.

Met dank aan Kees Vernooij en Cees Hereijgens.

Literatuur:

  • CPB (2011). Niveau onderwijs daalt. Vooral beste leerlingen blijven achter. 
  • Meijerink e.a.(2007). Over drempels met taal en rekenen. 
  • Meijerink e.a.(2009). Referentiekader taal en rekenen. 
  • Ministerie van OC&W (2006). Kerndoelen primair onderwijs. 
  • SLO (2011). Leerstoflijnen beschreven. 
  • Vernooij (2007). De meeste leesproblemen zijn kwaliteitsproblemen. 
  • Vernooij (2009). Lezen stopt nooit. Van een stagnerende naar een doorgaande leesontwikkeling voor risicolezers.
  • Vernooij (2011). Wat bepaalt goede leeropbrengsten?