vrijdag 14 februari 2014

De toekomst van het schrijven

Het digitale tijdperk stelt andere eisen aan de school. Bijvoorbeeld in de vorm van nieuwe leermiddelen en andere vormen van onderwijs organiseren. Maar het is ook de bron van discussies over de zin en onzin van vakgebieden. Vanuit dit perspectief is het noodzakelijk om samen goed na te denken over de betekenis van handschriftontwikkeling en schrijven binnen de basisschool.

De oppervlakkige gedachte is dat het toetsenbord een goed handschrift overbodig heeft gemaakt. En dat het een kwestie van tijd is dat het vakgebied gaat worden afgevoerd van het lesrooster.

Toch is er ook een andere beweging zichtbaar. Steeds meer onderzoekers tonen aan dat schrijfonderwijs niet alleen tot doel heeft om een mooi handschrift te ontwikkelen. Zij rapporteren dat schrijven de kern raakt van persoonlijke ontwikkeling, onmisbaar is voor de leren lezen en spellen en ook van wezenlijke invloed is op de effectiviteit van het leren zelf. Er zijn zelfs wetenschappers die een verband menen te zien tussen de toename van dyslexieproblemen en de verminderde aandacht voor het schrijven.

Al met al voldoende aanleiding om eens goed in te zoomen op het vakgebied en de bijbehorende vaardigheid. Niet om terug te willen keren naar het verleden, maar juist om een goede inschatting te kunnen maken van de plaats van schrijfonderwijs in de basisschool in de toekomst.

Vanuit dit doel hebben wij een film gemaakt met als titel 'De toekomst van het schrijven'. Misschien helpt het u bij de discussie die in ieder geval gevoerd moet worden.



Met dank aan Judith Veldhuizen.

Literatuur:
  • Bara, F. & Gentaz, E. (2014). Haptics in teaching handwriting: the role of perceptual and visuo-motor skills.
  • Francken, J. (2013). Schrijven versus typen: wat zegt de neurowetenschap?
  • Haapala, E. e.a. (2013). Associations of Motor and Cardiovascular Performance with Academic Skills in Children.
  • James, K.H. (2010). Sensori-motor experience leads to changes in visual processing in the developing brain.
  • James, K.H., & Engelhardt, L. (2012). The effects of handwriting experience on functional brain development in pre-literate children.
  • Longcamp, M., Zerbato-Poudou, M.T., & Velay, J.L. (2005). The influence of writing practice on letter recognition in preschool children: a comparison between handwriting and typing.
  • Longcamp, M., Boucard, C., Gilhodes, J.C., Anton, J.L., Roth, M., Nazarian, B., & Velay, J.L. (2008). Learning through hand- or typewriting influences visual recognition of new graphic shapes: behavioral and functional imaging evidence.
  • Sulzenbruck, S., Hegele, M., Rinkenauer, G., & Heuer, H. (2011). The death of handwriting: secondary effects of frequent computer use on basic motor skills.

vrijdag 31 januari 2014

De toekomst van het onderwijs en de rol van ICT

Wat wordt er veel gepraat en geschreven over de toekomst van het onderwijs en de rol die ICT hierin kan hebben. Vaak voortkomend uit high tech-toekomstvisies, waarin de hype het vooralsnog op alle fronten wint van de bewezen effecten. En waarin steevast onvoldoende aandacht is voor de huidige praktijk. Die is er niet zomaar. Het is geen weeffout in de geschiedenis van de school.

Tegelijkertijd is de bestaande situatie geen reden om niet te zoeken naar de vernieuwingen die het leren effectiever kunnen maken. Want hoe je het ook wendt of keert, we gaan naar een kantelpunt. Een punt waarop er, mede door een goede facilitering vanuit de ICT, vele nieuwe mogelijkheden gaan ontstaan.

Daarbij komt echter wel een andere geschiedkundige denkfout aan de orde. Wij zijn namelijk gewend om te denken in termen van (industriële) massaoplossingen, waarbij de ideale vorm vrijwel overal gelijk is. Daardoor gaan voorspellingen meestal ook uit van een nieuw, overzichtelijk, beheersbaar en stuurbaar onderwijssysteem. Dat zal, net als bij alle andere maatschappelijke systemen, echter niet meer het geval zijn. De ideale school wordt een school op maat van de doelgroep, gebaseerd op het onderwijsconcept dat daarbij past. Deze zal vele gedaanten hebben, waarbij er niet snel sprake is van goed of fout. Het zal juist deze denkruimte zijn die het mogelijk maakt om een nieuwe kwaliteitsstap te maken. Met een belangrijke rol voor netwerken en ICT en met een verantwoordelijkheid die laag in de organisatie ligt.

Wilt u samen met anderen doordenken wat dit voor u kan gaan betekenen? Misschien kan het bekijken van de onderstaande discussiefilm een mooie aanzet zijn.


Met dank aan Albert Rouschop

maandag 12 augustus 2013

De slimme netwerkorganisatie

De wereld verandert. Van een industriële samenleving hebben we ons ontwikkeld richting een netwerksamenleving. Lang is hier het etiketje post-industrieel opgeplakt, maar dat was natuurlijk wel een heel eenvoudige, nietszeggende oplossing. Post betekent immers niets anders dan na. Makkelijker kan niet, maar het zegt weinig over wat er gaande is. Het woord netwerk doet dat wel. De structuur in de wereld is er steeds meer één van netwerken van mensen. Ze weten elkaar te vinden, zijn verbonden en delen van alles. Dit creëert een heel andere dynamiek en een heel andere maatschappelijke structuur.

De invloed van het netwerk is ook heel duidelijk terug te vinden in veranderende ideeën over organisatieontwikkeling. Slimme organisaties weten medewerkers en externe professionals op een productieve manier te verbinden. Daardoor ontstaat een veel productievere werkomgeving dan binnen oude organisatiemodellen mogelijk is. Uiteindelijk vergroten dit type organisaties mede hierdoor hun concurrentiepostie en overlevingskansen in een nieuw tijdperk.

Het is buitengewoon interessant om ook schoolorganisaties eens vanuit dit perspectief te bekijken. In eerste instantie is vaak de gedachte dat het niet kan omdat ze zo anders zijn. En inderdaad, ze zijn natuurlijk niet commercieel van opzet, maar verder gaan er veel parallellen juist wel op.

Voer voor discussie dus. Bekijk eerst de film en daarna kan het beginnen: de zoektocht naar de slimme onderwijsorganisatie. Ik wens u een goede en vooral productieve reis toe.



Literatuur:
  • Benckler, Y. (2011). The Penguin and the Leviathan: How Cooperation Triumphs Over Self-Interest.
  • Laboviz G. & Rosansky V. (1997). The power of alignment. How great companies stay centered and accomplish extraordinary things.
  • Lanting, M. (2012). De slimme organisatie. De toekomst van werk, leiderschap en innovatie.
  • Romein, J. (1937). De dialectiek van de vooruitgang. In: Het onvoltooid verleden.
  • Weggeman M. (2007). Leiding geven aan professionals? Niet doen! Over kenniswerkers, vakmanschap en innovatie.

dinsdag 30 juli 2013

Werken met het Analysemodel effectief leren

Gelukkig is er een voortdurende discussie over de kwaliteit van onderwijs en leren. De overtreffende trap van goed is namelijk beter en die vind je door uitwisseling en elkaar op nog betere ideeën brengen. Opvallend is wel dat de discussie vaak heel beperkt, eenzijdig en ongenuanceerd is. Om hier verbetering in te brengen, is het nodig om samen meer gevoel te krijgen voor de elementen die van invloed zijn op de kwaliteit van leeractiviteiten. Noem het maar een analysemodel.

Nu zijn er natuurlijk best een aantal modellen te vinden, maar over het algemeen dateren ze van behoorlijk wat jaren terug. Daarmee zijn ze minder in staat om een goede rol te vervullen in een tijdperk waarin toch een aantal zaken fundamenteel aan het veranderen zijn. Onderwijs en leren waren ooit het exclusieve domein van de school en de leraar. Wie goed om zich heen kijkt, ziet dat dit steeds minder het geval is. Door de snel groeiende informatiestromen en de exponentiële groei van leersituaties leren veel kinderen misschien nog wel meer buiten dan binnen de muren van de school. En in veel situaties is het niet meer de leerkracht die het 'aanleert', maar nemen moderne media deze rol over. Kortom, de strikt schoolse, leerkrachtgestuurde didactische modellen bevatten niet meer alle elementen om de effectiviteit van het leren te kunnen beschrijven. Zeker de moeite waard dus om ze te updaten.

Dit is gebeurd in het Analysemodel effectief leren. Op een simpele manier, want we moeten het ook niet belangrijker maken dan het is. Leren hoeft niet altijd langs de theoretische meetlat van de wetenschappers gelegd te worden. Maar om twee redenen is de ondersteunde rol van een goed analysemodel wel belangrijk. Ten eerste helpt het om de juiste kwaliteitsdiscussies te voeren. Als er geen gedeelde taal is, dan is spraakverwarring het voor de hand liggende gevolg. Ten tweede helpt een model om leeractiviteiten voor te bereiden en te ontwikkelen. Het is dus een belangrijk hulpmiddel voor docenten bij hun lesvoorbereiding en onderwijsontwikkelaars bij het maken van onderwijsleermaterialen.

Bekijk de onderstaande film over het Analysemodel effectief leren en schrijf een reactie.



Met dank aan Albert Rouschop.

donderdag 3 januari 2013

Onderwijsgroeten uit Finland

Lijstjes zijn in en rankings nog meer. Niet in de laatste plaats in het onderwijs. Internationale vergelijkingsonderzoeken krijgen veel aandacht en voor de uitkomsten hiervan hoeft Nederland zich beslist niet te schamen. Vrijwel altijd is er een mooie subtopplaats gereserveerd voor het onderwijssysteem dat wij hier hebben.

De laatste 12 jaar is bijna altijd te zien dat het Fins onderwijs koploper is. Daarom is het zeer de moeite waard om te gaan kijken welke Finse onderwijsgeheimen er zijn en of wij daar wat van kunnen leren. Vanuit deze intentie zijn inmiddels al behoorlijk wat werkbezoeken georganiseerd en artikelen verschenen, maar het blijft lastig om eenduidige conclusies te trekken. Maar dit ontslaat ons niet van de plicht om kritisch in het buitenland te kijken naar verbetermogelijkheden voor onze scholen. Daarom is de onderstaande discussiefilm gemaakt. Het enige juiste antwoord zult u er niet in vinden, maar als het leidt tot een gerichte discussie over onderwijsverbetering vanuit een internationaal perspectief, dan is het doel van deze film in ieder geval bereikt.



Met dank aan Koen Elbers.

Literatuur
  • Breebaart, P. (2012). Lof voor en waarschuwing bij ‘Finnish Lessons’.
  • Inspectie van het onderwijs (2012). De staat van het onderwijs. Hoofdlijnen uit het onderwijsverslag 2010-2011
  • Mullis, I.V.S., Martin, M.O., Foy, P., & Drucker, K.T. (2012). PIRLS 2011 International results in reading
  • Sahlberg, P. (2012). Finnish lessons. What the world can learn from educational change in Finland.
  • Weggeman M. & De Bruijn, J.A. (2012). Onderwijs vraagt leiderschap.
  • Weggeman M. (2007). Leiding geven aan professionals? Niet doen! Over kenniswerkers, vakmanschap en innovatie.

vrijdag 17 augustus 2012

Tablets in het onderwijs

In steeds meer klassen verschijnen tabletcomputers. Vaak nog in de vorm van experimenten of pilots, maar toch. Met elkaar zijn we aan het uitvinden wat de toegevoegde waarde van deze apparaten in het onderwijs kan zijn. En die lijkt op voorhand niet gering. Gaan ze de papieren boeken vervangen of komen ze erbij? Zijn ze de voorbode van een meer digitaal getinte didactiek? Leiden ze tot besparingen? Allemaal interessante vragen met oog op de toekomst. Succesvol werken met tablets in de klas vraagt natuurlijk meer dan de aanschaf van apparatuur. Niet in het minst een ruime mate van onderlinge afstemming en consensus. Misschien kan het samen kijken en bespreken van de onderstaande discussiefilm een mooie eerste stap hierin zijn.



Met dank aan Linda Humme.

dinsdag 24 juli 2012

Opbrengstgericht differentiëren

'Alle leerlingen zijn uniek.' Daar zijn we het meteen al over eens. 'En daar moet het onderwijs wat mee.' Eveneens een veel gehoorde en breed ondersteunde kreet. Het zit allemaal inmiddels diep verzonken in de onderwijsregelgeving anno 2012. En veel leraren en onderwijsmethoden proberen zich te onderscheiden door de leerstof zeer gedifferentieerd aan te bieden. Met als gevolg complexe, omvangrijke en moeilijker te organiseren lessen. Op zich hoeft dat geen probleem te zijn, als er maar voldoende bewijs is dat deze lessen leiden tot effectiever leren en betere leeropbrengsten. En daar wringt de schoen. Dat bewijs is er namelijk niet.

In de opbrengstgerichte onderwijscultuur van de 21e eeuw worden leerkrachten en scholen steeds zwaarder afgerekend op de prestaties van groepen kinderen en op het presteren van hun complete schoolpopulatie. Het is maar de vraag of het sterk gericht zijn op het individu wel leidt tot beter onderwijs. Sterker nog, er zijn behoorlijk wat aanwijzingen dat teveel aandacht voor het individu leidt tot moeilijk organiseerbare lessen, vertroebelde doelen en lagere verwachtingen. Vervolgens moet de leraar veel tijd en energie steken in het organiseren, wat ten koste gaat van het extra begeleiden van leerlingen die het nodig hebben. Goed klassenmanagement is niet het toverwoord waarmee te complexe keuzes gecompenseerd kunnen worden.

Natuurlijk betekent dit niet dat we terug moeten naar klassikaal frontaal onderwijs, waarin te weinig aandacht was voor het omgaan met verschillen. Maar het betekent wel dat differentiëren geen doel op zich mag zijn, maar altijd in dienst zal moeten staan van de leeropbrengsten. En vervolgens moeten we onszelf de vraag stellen hoe dat zo effectief mogelijk kan gebeuren. Wellicht kan de onderstaande discussiefilm u hierbij helpen.



Literatuur
  • Hattie, J. (2009). Visible learning. A synthesis of over 800 meta-analysis relating to achievement.
  • Hattie, J. (2007). The power of feedback.
  • Inspectie van het onderwijs (2012). De staat van het onderwijs. Hoofdlijnen uit het onderwijsverslag 2010-2011
  • Meijerink e.a.(2009). Referentiekader taal en rekenen.
  • Vernooij (2011). Wat bepaalt goede leeropbrengsten?

vrijdag 11 mei 2012

De professionele leraar

In het Onderwijsverslag 2010 - 2011 concludeert de Inspectie van het Onderwijs dat het in grote lijnen goed gaat met het onderwijs in Nederland. Het niveau is, in vergelijking met andere landen, goed. De meeste leerlingen en studenten krijgen onderwijs van voldoende of goede kwaliteit. Absoluut een compliment aan de hele sector! Tegelijkertijd geeft de inspectie aan dat het onderwijs toch beter kan, sterker nog, beter moet. Het lijkt een tegenstrijdige conclusie. Hierbij wordt onder andere verwezen naar hiaten in het didactisch handelen van een deel van de leraren.

In nogal wat publicaties in de media is veel moeite gedaan om deze verbetermogelijkheden zo negatief mogelijk te belichten. Een derde van de havoleraren, een vierde van de VMBO-leraren, een vijfde van de VWO-leraren en een zesde van de basisschoolleraren zouden 'een onvoldoende' scoren als het gaat om het lesgeven. Kloppen deze conclusies en waar zijn ze op gebaseerd? En gelden ze ook voor u en uw school? De onderstaande discussiefilm zet het allemaal eens op een rijtje. Kijk er samen naar, praat erover en trek de conclusies die bij uw situatie passen.



Met dank aan Kees Vernooij.

Literatuur
  • Boekaerts, M. (2005). Motivatie om te leren.
  • Hattie, J. (2009). Visible learning. A synthesis of over 800 meta-analysis relating to achievement. (Zie leestips)
  • Hattie, J. (2007). The power of feedback.
  • Inspectie van het onderwijs (2012). De staat van het onderwijs. Hoofdlijnen uit het onderwijsverslag 2010-2011
  • Jolles, J. (2010) Ellis en het verbreinen. Over hersenen, gedrag en educatie. (Zie leestips)
  • Vernooij (2011). Wat bepaalt goede leeropbrengsten?