vrijdag 11 mei 2012

De professionele leraar

In het Onderwijsverslag 2010 - 2011 concludeert de Inspectie van het Onderwijs dat het in grote lijnen goed gaat met het onderwijs in Nederland. Het niveau is, in vergelijking met andere landen, goed. De meeste leerlingen en studenten krijgen onderwijs van voldoende of goede kwaliteit. Absoluut een compliment aan de hele sector! Tegelijkertijd geeft de inspectie aan dat het onderwijs toch beter kan, sterker nog, beter moet. Het lijkt een tegenstrijdige conclusie. Hierbij wordt onder andere verwezen naar hiaten in het didactisch handelen van een deel van de leraren.

In nogal wat publicaties in de media is veel moeite gedaan om deze verbetermogelijkheden zo negatief mogelijk te belichten. Een derde van de havoleraren, een vierde van de VMBO-leraren, een vijfde van de VWO-leraren en een zesde van de basisschoolleraren zouden 'een onvoldoende' scoren als het gaat om het lesgeven. Kloppen deze conclusies en waar zijn ze op gebaseerd? En gelden ze ook voor u en uw school? De onderstaande discussiefilm zet het allemaal eens op een rijtje. Kijk er samen naar, praat erover en trek de conclusies die bij uw situatie passen.



Met dank aan Kees Vernooij.

Literatuur
  • Boekaerts, M. (2005). Motivatie om te leren.
  • Hattie, J. (2009). Visible learning. A synthesis of over 800 meta-analysis relating to achievement. (Zie leestips)
  • Hattie, J. (2007). The power of feedback.
  • Inspectie van het onderwijs (2012). De staat van het onderwijs. Hoofdlijnen uit het onderwijsverslag 2010-2011
  • Jolles, J. (2010) Ellis en het verbreinen. Over hersenen, gedrag en educatie. (Zie leestips)
  • Vernooij (2011). Wat bepaalt goede leeropbrengsten?

zaterdag 24 maart 2012

Verantwoord toetsen en rapporteren

Opbrengsgericht werken heeft het onderwijs veroverd. Het woord doelgericht schoot tekort. En ook resultaatgericht heeft het niet gehaald. We gaan voor de opbrengsten. Eerst op het gebied van taal en rekenen, maar langzamerhand zal de verbreding wel weer inzetten. Kiezen is moeilijk en weglaten nog moeilijker, terwijl we allemaal weten dat de kracht zit in de concentratie. Oppassen dus.

Maar er is nog iets enorm belangrijk als het gaat om opbrengstgericht werken, namelijk de meting van de resutaten. Met de toegenomen aandacht zien we de cijferstroom groeien. Een oerwoud aan getallen en beoordelingen moet aantonen welke winst geboekt wordt. Maar is dat zo? Wat gaat er schuil achter deze mooie cijfergevel? Zijn de cijfertjes betrouwbaar en valide of houden ze ons regelmatig voor de gek? Met andere woorden: toetsen en rapporteren we verantwoord? Bekijk de onderstaande discussiefilm en oordeel zelf.

vrijdag 3 februari 2012

De waarde van leesstrategieën

Het is nog niet zo heel lang geleden dat leesstrategieën gezien werden als de redding van het vakgebied begrijpend lezen. Duidelijk was dat de toen gebruikelijke didactiek, het lezen van een (lange) tekst gevolgd door het maken van (veelal ongerichte) vragen, niet tot meer tekstbegrip leidde. Wetenschappelijk onderzoek toonde tegelijkertijd aan dat meer aandacht voor het aanpakgedrag bij het lezen van teksten, dat effect wel had. Een groot voordeel was ook dat aanpakgedrag onderwijsbaar is en er instructie bij gegeven kan worden. Het leidde tot een metamorfose van het vakgebied begrijpend lezen.

Nu zijn we een aantal jaren verder en staan diezelfde leesstrategieën onder druk. Of misschien zelfs wel het hele vakgebied begrijpend lezen (Stoeldraaijer, 2012). Hoe kan dit? Is het terecht? En wat betekent dit voor onze school? De nu volgende discussiefilm kan u helpen om een genuanceerd antwoord te geven op deze vragen. En natuurlijk om de beslissingen te nemen die bij uw school en leerlingen passen.



Literatuur:
  • Fisher F., Frey, N. & Lapp D. (2009). In a reading state of mind. Brain research, teahter modeling and comprehension instruction.
  • Förrer, M & Van de Mortel, K. (2011). Lezen … denken … begrijpen! Handboek begrijpend lezen in het basisonderwijs.
  • Stapel, P. e.a. (2009). Lezen in beeld en Leesstudio. Leerkrachthandleiding.
  • Stoeldraaijer, J. (2012). Dominante rol onderwijsinspectie bij keuze methode. Leesstrategieën werken niet bij begrijpend lezen.
  • Vernooij, K. (2009). Effectief leren werken met leesstrategieën.
  • Willingham, D.T. (2007). The usefulness of brief instruction in reading comprehension strategies.

woensdag 23 november 2011

Brein en leren

Dat het brein een buitengewoon belangrijke rol speelt in ons leven, is een bekend gegeven. Daarmee is het onderdeel van het menselijk lichaam waar we het minst van weten en dat het minst te doorgronden is van cruciaal belang voor bijna alles wat we doen. Thuis, onderweg, op vakantie, maar natuurlijk ook op school. Juist de laatste jaren zien we dat breinwetenschappers zich nadrukkelijk bezig houden met leren en schoolsucces. Hier en daar levert dit interessante, bruikbare en soms zelfs vermakelijke inzichten op. Toch gaapt er een enorme kloof tussen breinwetenschappers enerzijds en onderwijswetenschappers anderszijds.

Onderwijswetenschappers weten vaak te weinig van de meest recente ontwikkelingen op het gebied van de ontwikkeling en werking van de hersenen. Breinwetenschappers zijn echter zelden in staat om hun ideeën door te vertalen naar beter onderwijs, omdat ze niet thuis zijn in de didactische en organisatorische context van de school. Dit is de kloof die de komende jaren gedicht moet worden en dat zal ook gebeuren. Vooral door naar elkaar te luisteren en in discussie te gaan. Om vervolgens te komen tot praktische en gedeelde inzichten waar onderwijsgevenden, onderwijsontwikkelaars en beleidsmakers mee vooruit kunnen.

Literatuur:

Jolles, J. (2011). Ellis en het verbreinen.
Swaab, D. (2011). Wij zijn ons brein.

zaterdag 29 oktober 2011

De referentieniveaus: een drieluik

Het zal niemand zijn ontgaan. Het werk van de commissie Meijereink heeft via een rapport en een referentiekader enige tijd terug een wettelijke status bereikt. En dus gaan we allemaal werken aan de doorlopende leerlijnen door de referentieniveaus in te voeren. Maar wat is er nu precies aan de hand en wat verandert er nu exact? Moeten we als school nu veel tijd gaan steken in een grootschalig vernieuwingsproject over dit onderwerp? Of is dit niet nodig en kunnen we onze innovatieve aandacht beter op andere zaken richten? Bekijk de onderstaande discussiefilms.

De eerste film gaat over wat de referentieniveaus precies zijn en welk doel ze hebben.



De tweede film gaat over de kansen en de risico's bij het invoeren van de referentieniveaus.



De derde film gaat over het implementeren van de referentieniveaus. Wat moet er gebeuren en welke stappen kunnen gezet worden?



Bekijk de films, praat er met elkaar over en trek de conclusies die passen bij uw specifieke schoolsituatie.

Op basis van de films hebben we ook een interactieve checklist gemaakt. Deze kan gebruikt worden om samen periodiek na te gaan of de invoering van de referentieniveaus gebeurt in lijn met de inhoud van de films.

Met dank aan Kees Vernooij en Cees Hereijgens.

Literatuur:

  • CPB (2011). Niveau onderwijs daalt. Vooral beste leerlingen blijven achter. 
  • Meijerink e.a.(2007). Over drempels met taal en rekenen. 
  • Meijerink e.a.(2009). Referentiekader taal en rekenen. 
  • Ministerie van OC&W (2006). Kerndoelen primair onderwijs. 
  • SLO (2011). Leerstoflijnen beschreven. 
  • Vernooij (2007). De meeste leesproblemen zijn kwaliteitsproblemen. 
  • Vernooij (2009). Lezen stopt nooit. Van een stagnerende naar een doorgaande leesontwikkeling voor risicolezers.
  • Vernooij (2011). Wat bepaalt goede leeropbrengsten? 

maandag 22 augustus 2011

Interactief hardop denken

Begrijpend lezen is een lastig vak. Het is niet mogelijk om voor 100 procent te doorgronden wat er in hoofden gebeurt bij het ontstaan van leesbegrip. Dit heeft ook gevolgen voor de mogelijkheden om kinderen binnen het onderwijs betere begrijpend lezers te laten worden. Denk bijvoorbeeld aan de leerlijnen, de lesdoelen, de uitleg en de opdrachten die hiervoor gebruikt kunnen worden. Op het gebied van de instructiemogelijkheden is steeds duidelijker geworden dat kinderen vooral baat hebben bij het hardop bespreken van de manier waarop het lezen van een tekst aangepakt kan worden. In de volksmond heet dat hardop denken en de internationale term hiervoor is modeling. Maar hardop denken zelf kan ook weer op een aantal manieren. Van zeer leerkrachtgestuurd tot behoorlijk interactief. De onderstaande discussiefilm gaat hier verder op in en houdt een pleidooi voor de interactieve benadering van begrijpend leesinstructie.

maandag 6 juni 2011

De leerkracht maakt het verschil

De invloed van de leerkracht op de leerprestaties van kinderen is nauwelijks te overschatten. Recent onderzoek toont duidelijk aan dat deze invloed verder gaat dan die van de thuissituatie, de specifieke schoolsituatie en de medeleerlingen. Met recht kan dus gezegd worden dat leerkrachten het verschil maken. Maar wat onderscheidt een goede leerkracht? Welke eigenschappen hebben ze en welke keuzes maken ze? Is het een kwestie van veel ervaring hebben of doet dat er niet eens zoveel toe? Hierover gaat de volgende discussiefilm. Met dank aan u: de leerkracht die het verschil maakt.

Met dank aan Kees Vernooij.



Literatuur:
  • Cöp, J. (2010). Interactiever leren met het digibord.
  • Hattie, J. (2003). Teachers Make a Difference: What is the Research Evidence?
  • Hattie, J (2005) ‘What is the Nature of Evidence that Makes a Difference to Learning?
  • Hattie, J. & Timperly, H. (2007). The power of feedback.
  • Hattie, J. (2009). Visible learning. A synthesis of over 800 meta-analysis relating to achievement. (zie leestips)
  • Jolles, J. (2006). Over ‘brein en leren’ in relatie tot onderwijsontwikkeling.
  • Jolles, J. (2010). Ellis en het verbreinen. Over hersenen, gedrag en educatie’. (zie leestips)
  • Vernooij, K. (2007). Elk kind een lezer.
  • Vernooij, K. (2008). Instructie en risicolezers.

maandag 14 februari 2011

De kracht van effectieve instructie

In iedere klas zijn er (grote) verschillen tussen leerlingen. Om tegemoet te komen aan deze verschillen zal het onderwijs afgestemd moeten worden op de verschillende onderwijsbehoeften die kinderen hebben. Effectieve instructie op maat is hierbij noodzakelijk. Deze discussiefilm gaat in op de kenmerken van effectieve instructie. Tevens wordt aangegeven hoe dit gerealiseerd kan worden zonder terecht te komen in een zeer complexe klassenorganisatie.