zaterdag 10 januari 2015

Een nieuwe site met discussiefilms

Beste bezoeker van deze site,

Onlangs heb ik een nieuwe site gelanceerd waarop voortaan alle discussiefilms worden gepubliceerd. Ook heb ik alle andere discussiefilms overgezet naar deze site. U bent voortaan van harte welkom op www.joscop.nl.

donderdag 16 oktober 2014

De toekomst van het onderwijs

We leven in een samenleving waarin alles steeds sneller verandert. Ook het onderwijs ontkomt hier natuurlijk niet aan. Dat is maar goed ook, want zo'n belangrijk maatschappelijk systeem zal altijd diep geworteld moeten zijn in die veranderende omgeving.

Op veel plekken wordt nagedacht over hoe het onderwijs zou moeten veranderen. Soms vanuit radicale veranderingstheorieën en soms vanuit het perspectief van de geleidelijke werking van innovatieve 'olievlekken'. Interessant is om die verschillende bronnen eens met elkaar te verbinden en daarmee zo neutraal mogelijk de gemene deler van de huidige onderwijsinnovaties te benoemen.

Collega Albert Rouschop en ik hebben dit gedaan in de vorm van discussiefilm. We gebruiken deze vaak om discussies op te wekken en daarmee zowel de deelnemers als onszelf een concreter beeld te geven van het onderwijs in de toekomst. Beelden en ideeën die vervolgens weer hun weg vinden naar de ontwikkeling van nieuwe onderwijsconcepten en leermiddelen.

vrijdag 16 mei 2014

Effectiever leren in een digitale samenleving

We leven in een snel veranderende samenleving. Om in te kunnen spelen op deze veranderingen is voortdurend leren en innoveren noodzakelijk. In het onderwijs is daarbij veel aandacht gericht op het verbeteren van het leren door gebruik te maken van digitale devices en ICT-toepassingen. De aanname is vaak dat dit vernieuwend is en dat we daardoor ook effectiever en meer leren.

Toch is deze redenering wel heel erg kort door de bocht. Als het effectiever is, dan moet dit onderbouwd kunnen worden met behulp van de leertheorieën en met goed onderbouwd wetenschappelijk onderzoek. Dit laatste is vaak nog wat lastig omdat de nieuwe digitale leermogelijkheden nog niet zo lang geleden geïntroduceerd zijn. Maar het eerste moet absoluut kunnen. In deze film vindt u een aanzet bedoeld om met elkaar de juiste discussie te kunnen voeren.

vrijdag 14 februari 2014

De toekomst van het schrijven

Het digitale tijdperk stelt andere eisen aan de school. Bijvoorbeeld in de vorm van nieuwe leermiddelen en andere vormen van onderwijs organiseren. Maar het is ook de bron van discussies over de zin en onzin van vakgebieden. Vanuit dit perspectief is het noodzakelijk om samen goed na te denken over de betekenis van handschriftontwikkeling en schrijven binnen de basisschool.

De oppervlakkige gedachte is dat het toetsenbord een goed handschrift overbodig heeft gemaakt. En dat het een kwestie van tijd is dat het vakgebied gaat worden afgevoerd van het lesrooster.

Toch is er ook een andere beweging zichtbaar. Steeds meer onderzoekers tonen aan dat schrijfonderwijs niet alleen tot doel heeft om een mooi handschrift te ontwikkelen. Zij rapporteren dat schrijven de kern raakt van persoonlijke ontwikkeling, onmisbaar is voor de leren lezen en spellen en ook van wezenlijke invloed is op de effectiviteit van het leren zelf. Er zijn zelfs wetenschappers die een verband menen te zien tussen de toename van dyslexieproblemen en de verminderde aandacht voor het schrijven.

Al met al voldoende aanleiding om eens goed in te zoomen op het vakgebied en de bijbehorende vaardigheid. Niet om terug te willen keren naar het verleden, maar juist om een goede inschatting te kunnen maken van de plaats van schrijfonderwijs in de basisschool in de toekomst.

Vanuit dit doel hebben wij een film gemaakt met als titel 'De toekomst van het schrijven'. Misschien helpt het u bij de discussie die in ieder geval gevoerd moet worden.



Met dank aan Judith Veldhuizen.

Literatuur:
  • Bara, F. & Gentaz, E. (2014). Haptics in teaching handwriting: the role of perceptual and visuo-motor skills.
  • Francken, J. (2013). Schrijven versus typen: wat zegt de neurowetenschap?
  • Haapala, E. e.a. (2013). Associations of Motor and Cardiovascular Performance with Academic Skills in Children.
  • James, K.H. (2010). Sensori-motor experience leads to changes in visual processing in the developing brain.
  • James, K.H., & Engelhardt, L. (2012). The effects of handwriting experience on functional brain development in pre-literate children.
  • Longcamp, M., Zerbato-Poudou, M.T., & Velay, J.L. (2005). The influence of writing practice on letter recognition in preschool children: a comparison between handwriting and typing.
  • Longcamp, M., Boucard, C., Gilhodes, J.C., Anton, J.L., Roth, M., Nazarian, B., & Velay, J.L. (2008). Learning through hand- or typewriting influences visual recognition of new graphic shapes: behavioral and functional imaging evidence.
  • Sulzenbruck, S., Hegele, M., Rinkenauer, G., & Heuer, H. (2011). The death of handwriting: secondary effects of frequent computer use on basic motor skills.

vrijdag 31 januari 2014

De toekomst van het onderwijs en de rol van ICT

Wat wordt er veel gepraat en geschreven over de toekomst van het onderwijs en de rol die ICT hierin kan hebben. Vaak voortkomend uit high tech-toekomstvisies, waarin de hype het vooralsnog op alle fronten wint van de bewezen effecten. En waarin steevast onvoldoende aandacht is voor de huidige praktijk. Die is er niet zomaar. Het is geen weeffout in de geschiedenis van de school.

Tegelijkertijd is de bestaande situatie geen reden om niet te zoeken naar de vernieuwingen die het leren effectiever kunnen maken. Want hoe je het ook wendt of keert, we gaan naar een kantelpunt. Een punt waarop er, mede door een goede facilitering vanuit de ICT, vele nieuwe mogelijkheden gaan ontstaan.

Daarbij komt echter wel een andere geschiedkundige denkfout aan de orde. Wij zijn namelijk gewend om te denken in termen van (industriële) massaoplossingen, waarbij de ideale vorm vrijwel overal gelijk is. Daardoor gaan voorspellingen meestal ook uit van een nieuw, overzichtelijk, beheersbaar en stuurbaar onderwijssysteem. Dat zal, net als bij alle andere maatschappelijke systemen, echter niet meer het geval zijn. De ideale school wordt een school op maat van de doelgroep, gebaseerd op het onderwijsconcept dat daarbij past. Deze zal vele gedaanten hebben, waarbij er niet snel sprake is van goed of fout. Het zal juist deze denkruimte zijn die het mogelijk maakt om een nieuwe kwaliteitsstap te maken. Met een belangrijke rol voor netwerken en ICT en met een verantwoordelijkheid die laag in de organisatie ligt.

Wilt u samen met anderen doordenken wat dit voor u kan gaan betekenen? Misschien kan het bekijken van de onderstaande discussiefilm een mooie aanzet zijn.


Met dank aan Albert Rouschop

maandag 12 augustus 2013

De slimme netwerkorganisatie

De wereld verandert. Van een industriële samenleving hebben we ons ontwikkeld richting een netwerksamenleving. Lang is hier het etiketje post-industrieel opgeplakt, maar dat was natuurlijk wel een heel eenvoudige, nietszeggende oplossing. Post betekent immers niets anders dan na. Makkelijker kan niet, maar het zegt weinig over wat er gaande is. Het woord netwerk doet dat wel. De structuur in de wereld is er steeds meer één van netwerken van mensen. Ze weten elkaar te vinden, zijn verbonden en delen van alles. Dit creëert een heel andere dynamiek en een heel andere maatschappelijke structuur.

De invloed van het netwerk is ook heel duidelijk terug te vinden in veranderende ideeën over organisatieontwikkeling. Slimme organisaties weten medewerkers en externe professionals op een productieve manier te verbinden. Daardoor ontstaat een veel productievere werkomgeving dan binnen oude organisatiemodellen mogelijk is. Uiteindelijk vergroten dit type organisaties mede hierdoor hun concurrentiepostie en overlevingskansen in een nieuw tijdperk.

Het is buitengewoon interessant om ook schoolorganisaties eens vanuit dit perspectief te bekijken. In eerste instantie is vaak de gedachte dat het niet kan omdat ze zo anders zijn. En inderdaad, ze zijn natuurlijk niet commercieel van opzet, maar verder gaan er veel parallellen juist wel op.

Voer voor discussie dus. Bekijk eerst de film en daarna kan het beginnen: de zoektocht naar de slimme onderwijsorganisatie. Ik wens u een goede en vooral productieve reis toe.



Literatuur:
  • Benckler, Y. (2011). The Penguin and the Leviathan: How Cooperation Triumphs Over Self-Interest.
  • Laboviz G. & Rosansky V. (1997). The power of alignment. How great companies stay centered and accomplish extraordinary things.
  • Lanting, M. (2012). De slimme organisatie. De toekomst van werk, leiderschap en innovatie.
  • Romein, J. (1937). De dialectiek van de vooruitgang. In: Het onvoltooid verleden.
  • Weggeman M. (2007). Leiding geven aan professionals? Niet doen! Over kenniswerkers, vakmanschap en innovatie.

dinsdag 30 juli 2013

Werken met het Analysemodel effectief leren

Gelukkig is er een voortdurende discussie over de kwaliteit van onderwijs en leren. De overtreffende trap van goed is namelijk beter en die vind je door uitwisseling en elkaar op nog betere ideeën brengen. Opvallend is wel dat de discussie vaak heel beperkt, eenzijdig en ongenuanceerd is. Om hier verbetering in te brengen, is het nodig om samen meer gevoel te krijgen voor de elementen die van invloed zijn op de kwaliteit van leeractiviteiten. Noem het maar een analysemodel.

Nu zijn er natuurlijk best een aantal modellen te vinden, maar over het algemeen dateren ze van behoorlijk wat jaren terug. Daarmee zijn ze minder in staat om een goede rol te vervullen in een tijdperk waarin toch een aantal zaken fundamenteel aan het veranderen zijn. Onderwijs en leren waren ooit het exclusieve domein van de school en de leraar. Wie goed om zich heen kijkt, ziet dat dit steeds minder het geval is. Door de snel groeiende informatiestromen en de exponentiële groei van leersituaties leren veel kinderen misschien nog wel meer buiten dan binnen de muren van de school. En in veel situaties is het niet meer de leerkracht die het 'aanleert', maar nemen moderne media deze rol over. Kortom, de strikt schoolse, leerkrachtgestuurde didactische modellen bevatten niet meer alle elementen om de effectiviteit van het leren te kunnen beschrijven. Zeker de moeite waard dus om ze te updaten.

Dit is gebeurd in het Analysemodel effectief leren. Op een simpele manier, want we moeten het ook niet belangrijker maken dan het is. Leren hoeft niet altijd langs de theoretische meetlat van de wetenschappers gelegd te worden. Maar om twee redenen is de ondersteunde rol van een goed analysemodel wel belangrijk. Ten eerste helpt het om de juiste kwaliteitsdiscussies te voeren. Als er geen gedeelde taal is, dan is spraakverwarring het voor de hand liggende gevolg. Ten tweede helpt een model om leeractiviteiten voor te bereiden en te ontwikkelen. Het is dus een belangrijk hulpmiddel voor docenten bij hun lesvoorbereiding en onderwijsontwikkelaars bij het maken van onderwijsleermaterialen.

Bekijk de onderstaande film over het Analysemodel effectief leren en schrijf een reactie.



Met dank aan Albert Rouschop.

donderdag 3 januari 2013

Onderwijsgroeten uit Finland

Lijstjes zijn in en rankings nog meer. Niet in de laatste plaats in het onderwijs. Internationale vergelijkingsonderzoeken krijgen veel aandacht en voor de uitkomsten hiervan hoeft Nederland zich beslist niet te schamen. Vrijwel altijd is er een mooie subtopplaats gereserveerd voor het onderwijssysteem dat wij hier hebben.

De laatste 12 jaar is bijna altijd te zien dat het Fins onderwijs koploper is. Daarom is het zeer de moeite waard om te gaan kijken welke Finse onderwijsgeheimen er zijn en of wij daar wat van kunnen leren. Vanuit deze intentie zijn inmiddels al behoorlijk wat werkbezoeken georganiseerd en artikelen verschenen, maar het blijft lastig om eenduidige conclusies te trekken. Maar dit ontslaat ons niet van de plicht om kritisch in het buitenland te kijken naar verbetermogelijkheden voor onze scholen. Daarom is de onderstaande discussiefilm gemaakt. Het enige juiste antwoord zult u er niet in vinden, maar als het leidt tot een gerichte discussie over onderwijsverbetering vanuit een internationaal perspectief, dan is het doel van deze film in ieder geval bereikt.



Met dank aan Koen Elbers.

Literatuur
  • Breebaart, P. (2012). Lof voor en waarschuwing bij ‘Finnish Lessons’.
  • Inspectie van het onderwijs (2012). De staat van het onderwijs. Hoofdlijnen uit het onderwijsverslag 2010-2011
  • Mullis, I.V.S., Martin, M.O., Foy, P., & Drucker, K.T. (2012). PIRLS 2011 International results in reading
  • Sahlberg, P. (2012). Finnish lessons. What the world can learn from educational change in Finland.
  • Weggeman M. & De Bruijn, J.A. (2012). Onderwijs vraagt leiderschap.
  • Weggeman M. (2007). Leiding geven aan professionals? Niet doen! Over kenniswerkers, vakmanschap en innovatie.

vrijdag 17 augustus 2012

Tablets in het onderwijs

In steeds meer klassen verschijnen tabletcomputers. Vaak nog in de vorm van experimenten of pilots, maar toch. Met elkaar zijn we aan het uitvinden wat de toegevoegde waarde van deze apparaten in het onderwijs kan zijn. En die lijkt op voorhand niet gering. Gaan ze de papieren boeken vervangen of komen ze erbij? Zijn ze de voorbode van een meer digitaal getinte didactiek? Leiden ze tot besparingen? Allemaal interessante vragen met oog op de toekomst. Succesvol werken met tablets in de klas vraagt natuurlijk meer dan de aanschaf van apparatuur. Niet in het minst een ruime mate van onderlinge afstemming en consensus. Misschien kan het samen kijken en bespreken van de onderstaande discussiefilm een mooie eerste stap hierin zijn.



Met dank aan Linda Humme.

dinsdag 24 juli 2012

Opbrengstgericht differentiëren

'Alle leerlingen zijn uniek.' Daar zijn we het meteen al over eens. 'En daar moet het onderwijs wat mee.' Eveneens een veel gehoorde en breed ondersteunde kreet. Het zit allemaal inmiddels diep verzonken in de onderwijsregelgeving anno 2012. En veel leraren en onderwijsmethoden proberen zich te onderscheiden door de leerstof zeer gedifferentieerd aan te bieden. Met als gevolg complexe, omvangrijke en moeilijker te organiseren lessen. Op zich hoeft dat geen probleem te zijn, als er maar voldoende bewijs is dat deze lessen leiden tot effectiever leren en betere leeropbrengsten. En daar wringt de schoen. Dat bewijs is er namelijk niet.

In de opbrengstgerichte onderwijscultuur van de 21e eeuw worden leerkrachten en scholen steeds zwaarder afgerekend op de prestaties van groepen kinderen en op het presteren van hun complete schoolpopulatie. Het is maar de vraag of het sterk gericht zijn op het individu wel leidt tot beter onderwijs. Sterker nog, er zijn behoorlijk wat aanwijzingen dat teveel aandacht voor het individu leidt tot moeilijk organiseerbare lessen, vertroebelde doelen en lagere verwachtingen. Vervolgens moet de leraar veel tijd en energie steken in het organiseren, wat ten koste gaat van het extra begeleiden van leerlingen die het nodig hebben. Goed klassenmanagement is niet het toverwoord waarmee te complexe keuzes gecompenseerd kunnen worden.

Natuurlijk betekent dit niet dat we terug moeten naar klassikaal frontaal onderwijs, waarin te weinig aandacht was voor het omgaan met verschillen. Maar het betekent wel dat differentiëren geen doel op zich mag zijn, maar altijd in dienst zal moeten staan van de leeropbrengsten. En vervolgens moeten we onszelf de vraag stellen hoe dat zo effectief mogelijk kan gebeuren. Wellicht kan de onderstaande discussiefilm u hierbij helpen.



Literatuur
  • Hattie, J. (2009). Visible learning. A synthesis of over 800 meta-analysis relating to achievement.
  • Hattie, J. (2007). The power of feedback.
  • Inspectie van het onderwijs (2012). De staat van het onderwijs. Hoofdlijnen uit het onderwijsverslag 2010-2011
  • Meijerink e.a.(2009). Referentiekader taal en rekenen.
  • Vernooij (2011). Wat bepaalt goede leeropbrengsten?

vrijdag 11 mei 2012

De professionele leraar

In het Onderwijsverslag 2010 - 2011 concludeert de Inspectie van het Onderwijs dat het in grote lijnen goed gaat met het onderwijs in Nederland. Het niveau is, in vergelijking met andere landen, goed. De meeste leerlingen en studenten krijgen onderwijs van voldoende of goede kwaliteit. Absoluut een compliment aan de hele sector! Tegelijkertijd geeft de inspectie aan dat het onderwijs toch beter kan, sterker nog, beter moet. Het lijkt een tegenstrijdige conclusie. Hierbij wordt onder andere verwezen naar hiaten in het didactisch handelen van een deel van de leraren.

In nogal wat publicaties in de media is veel moeite gedaan om deze verbetermogelijkheden zo negatief mogelijk te belichten. Een derde van de havoleraren, een vierde van de VMBO-leraren, een vijfde van de VWO-leraren en een zesde van de basisschoolleraren zouden 'een onvoldoende' scoren als het gaat om het lesgeven. Kloppen deze conclusies en waar zijn ze op gebaseerd? En gelden ze ook voor u en uw school? De onderstaande discussiefilm zet het allemaal eens op een rijtje. Kijk er samen naar, praat erover en trek de conclusies die bij uw situatie passen.



Met dank aan Kees Vernooij.

Literatuur
  • Boekaerts, M. (2005). Motivatie om te leren.
  • Hattie, J. (2009). Visible learning. A synthesis of over 800 meta-analysis relating to achievement. (Zie leestips)
  • Hattie, J. (2007). The power of feedback.
  • Inspectie van het onderwijs (2012). De staat van het onderwijs. Hoofdlijnen uit het onderwijsverslag 2010-2011
  • Jolles, J. (2010) Ellis en het verbreinen. Over hersenen, gedrag en educatie. (Zie leestips)
  • Vernooij (2011). Wat bepaalt goede leeropbrengsten?

zaterdag 24 maart 2012

Verantwoord toetsen en rapporteren

Opbrengsgericht werken heeft het onderwijs veroverd. Het woord doelgericht schoot tekort. En ook resultaatgericht heeft het niet gehaald. We gaan voor de opbrengsten. Eerst op het gebied van taal en rekenen, maar langzamerhand zal de verbreding wel weer inzetten. Kiezen is moeilijk en weglaten nog moeilijker, terwijl we allemaal weten dat de kracht zit in de concentratie. Oppassen dus.

Maar er is nog iets enorm belangrijk als het gaat om opbrengstgericht werken, namelijk de meting van de resutaten. Met de toegenomen aandacht zien we de cijferstroom groeien. Een oerwoud aan getallen en beoordelingen moet aantonen welke winst geboekt wordt. Maar is dat zo? Wat gaat er schuil achter deze mooie cijfergevel? Zijn de cijfertjes betrouwbaar en valide of houden ze ons regelmatig voor de gek? Met andere woorden: toetsen en rapporteren we verantwoord? Bekijk de onderstaande discussiefilm en oordeel zelf.

vrijdag 3 februari 2012

De waarde van leesstrategieën

Het is nog niet zo heel lang geleden dat leesstrategieën gezien werden als de redding van het vakgebied begrijpend lezen. Duidelijk was dat de toen gebruikelijke didactiek, het lezen van een (lange) tekst gevolgd door het maken van (veelal ongerichte) vragen, niet tot meer tekstbegrip leidde. Wetenschappelijk onderzoek toonde tegelijkertijd aan dat meer aandacht voor het aanpakgedrag bij het lezen van teksten, dat effect wel had. Een groot voordeel was ook dat aanpakgedrag onderwijsbaar is en er instructie bij gegeven kan worden. Het leidde tot een metamorfose van het vakgebied begrijpend lezen.

Nu zijn we een aantal jaren verder en staan diezelfde leesstrategieën onder druk. Of misschien zelfs wel het hele vakgebied begrijpend lezen (Stoeldraaijer, 2012). Hoe kan dit? Is het terecht? En wat betekent dit voor onze school? De nu volgende discussiefilm kan u helpen om een genuanceerd antwoord te geven op deze vragen. En natuurlijk om de beslissingen te nemen die bij uw school en leerlingen passen.



Literatuur:
  • Fisher F., Frey, N. & Lapp D. (2009). In a reading state of mind. Brain research, teahter modeling and comprehension instruction.
  • Förrer, M & Van de Mortel, K. (2011). Lezen … denken … begrijpen! Handboek begrijpend lezen in het basisonderwijs.
  • Stapel, P. e.a. (2009). Lezen in beeld en Leesstudio. Leerkrachthandleiding.
  • Stoeldraaijer, J. (2012). Dominante rol onderwijsinspectie bij keuze methode. Leesstrategieën werken niet bij begrijpend lezen.
  • Vernooij, K. (2009). Effectief leren werken met leesstrategieën.
  • Willingham, D.T. (2007). The usefulness of brief instruction in reading comprehension strategies.

woensdag 23 november 2011

Brein en leren

Dat het brein een buitengewoon belangrijke rol speelt in ons leven, is een bekend gegeven. Daarmee is het onderdeel van het menselijk lichaam waar we het minst van weten en dat het minst te doorgronden is van cruciaal belang voor bijna alles wat we doen. Thuis, onderweg, op vakantie, maar natuurlijk ook op school. Juist de laatste jaren zien we dat breinwetenschappers zich nadrukkelijk bezig houden met leren en schoolsucces. Hier en daar levert dit interessante, bruikbare en soms zelfs vermakelijke inzichten op. Toch gaapt er een enorme kloof tussen breinwetenschappers enerzijds en onderwijswetenschappers anderszijds.

Onderwijswetenschappers weten vaak te weinig van de meest recente ontwikkelingen op het gebied van de ontwikkeling en werking van de hersenen. Breinwetenschappers zijn echter zelden in staat om hun ideeën door te vertalen naar beter onderwijs, omdat ze niet thuis zijn in de didactische en organisatorische context van de school. Dit is de kloof die de komende jaren gedicht moet worden en dat zal ook gebeuren. Vooral door naar elkaar te luisteren en in discussie te gaan. Om vervolgens te komen tot praktische en gedeelde inzichten waar onderwijsgevenden, onderwijsontwikkelaars en beleidsmakers mee vooruit kunnen.

Literatuur:

Jolles, J. (2011). Ellis en het verbreinen.
Swaab, D. (2011). Wij zijn ons brein.

zaterdag 29 oktober 2011

De referentieniveaus: een drieluik

Het zal niemand zijn ontgaan. Het werk van de commissie Meijereink heeft via een rapport en een referentiekader enige tijd terug een wettelijke status bereikt. En dus gaan we allemaal werken aan de doorlopende leerlijnen door de referentieniveaus in te voeren. Maar wat is er nu precies aan de hand en wat verandert er nu exact? Moeten we als school nu veel tijd gaan steken in een grootschalig vernieuwingsproject over dit onderwerp? Of is dit niet nodig en kunnen we onze innovatieve aandacht beter op andere zaken richten? Bekijk de onderstaande discussiefilms.

De eerste film gaat over wat de referentieniveaus precies zijn en welk doel ze hebben.



De tweede film gaat over de kansen en de risico's bij het invoeren van de referentieniveaus.



De derde film gaat over het implementeren van de referentieniveaus. Wat moet er gebeuren en welke stappen kunnen gezet worden?



Bekijk de films, praat er met elkaar over en trek de conclusies die passen bij uw specifieke schoolsituatie.

Op basis van de films hebben we ook een interactieve checklist gemaakt. Deze kan gebruikt worden om samen periodiek na te gaan of de invoering van de referentieniveaus gebeurt in lijn met de inhoud van de films.

Met dank aan Kees Vernooij en Cees Hereijgens.

Literatuur:

  • CPB (2011). Niveau onderwijs daalt. Vooral beste leerlingen blijven achter. 
  • Meijerink e.a.(2007). Over drempels met taal en rekenen. 
  • Meijerink e.a.(2009). Referentiekader taal en rekenen. 
  • Ministerie van OC&W (2006). Kerndoelen primair onderwijs. 
  • SLO (2011). Leerstoflijnen beschreven. 
  • Vernooij (2007). De meeste leesproblemen zijn kwaliteitsproblemen. 
  • Vernooij (2009). Lezen stopt nooit. Van een stagnerende naar een doorgaande leesontwikkeling voor risicolezers.
  • Vernooij (2011). Wat bepaalt goede leeropbrengsten? 

maandag 22 augustus 2011

Interactief hardop denken

Begrijpend lezen is een lastig vak. Het is niet mogelijk om voor 100 procent te doorgronden wat er in hoofden gebeurt bij het ontstaan van leesbegrip. Dit heeft ook gevolgen voor de mogelijkheden om kinderen binnen het onderwijs betere begrijpend lezers te laten worden. Denk bijvoorbeeld aan de leerlijnen, de lesdoelen, de uitleg en de opdrachten die hiervoor gebruikt kunnen worden. Op het gebied van de instructiemogelijkheden is steeds duidelijker geworden dat kinderen vooral baat hebben bij het hardop bespreken van de manier waarop het lezen van een tekst aangepakt kan worden. In de volksmond heet dat hardop denken en de internationale term hiervoor is modeling. Maar hardop denken zelf kan ook weer op een aantal manieren. Van zeer leerkrachtgestuurd tot behoorlijk interactief. De onderstaande discussiefilm gaat hier verder op in en houdt een pleidooi voor de interactieve benadering van begrijpend leesinstructie.

maandag 6 juni 2011

De leerkracht maakt het verschil

De invloed van de leerkracht op de leerprestaties van kinderen is nauwelijks te overschatten. Recent onderzoek toont duidelijk aan dat deze invloed verder gaat dan die van de thuissituatie, de specifieke schoolsituatie en de medeleerlingen. Met recht kan dus gezegd worden dat leerkrachten het verschil maken. Maar wat onderscheidt een goede leerkracht? Welke eigenschappen hebben ze en welke keuzes maken ze? Is het een kwestie van veel ervaring hebben of doet dat er niet eens zoveel toe? Hierover gaat de volgende discussiefilm. Met dank aan u: de leerkracht die het verschil maakt.

Met dank aan Kees Vernooij.



Literatuur:
  • Cöp, J. (2010). Interactiever leren met het digibord.
  • Hattie, J. (2003). Teachers Make a Difference: What is the Research Evidence?
  • Hattie, J (2005) ‘What is the Nature of Evidence that Makes a Difference to Learning?
  • Hattie, J. & Timperly, H. (2007). The power of feedback.
  • Hattie, J. (2009). Visible learning. A synthesis of over 800 meta-analysis relating to achievement. (zie leestips)
  • Jolles, J. (2006). Over ‘brein en leren’ in relatie tot onderwijsontwikkeling.
  • Jolles, J. (2010). Ellis en het verbreinen. Over hersenen, gedrag en educatie’. (zie leestips)
  • Vernooij, K. (2007). Elk kind een lezer.
  • Vernooij, K. (2008). Instructie en risicolezers.

maandag 14 februari 2011

De kracht van effectieve instructie

In iedere klas zijn er (grote) verschillen tussen leerlingen. Om tegemoet te komen aan deze verschillen zal het onderwijs afgestemd moeten worden op de verschillende onderwijsbehoeften die kinderen hebben. Effectieve instructie op maat is hierbij noodzakelijk. Deze discussiefilm gaat in op de kenmerken van effectieve instructie. Tevens wordt aangegeven hoe dit gerealiseerd kan worden zonder terecht te komen in een zeer complexe klassenorganisatie.

vrijdag 4 februari 2011

Doelgericht onderwijs innoveren

Nogal wat (vermeende) onderwijsinnovaties leiden nooit tot echte verbeteringen achter de klasdeur. Hoe is het toch mogelijk dat zoveel dure, tijdrovende en arbeidsintensieve projecten nooit het beoogde einddoel bereiken? Minstens een deel van het antwoord hierop is dat veel vernieuwingen multidimensionaal en overambitieus worden ingezet. Doelgericht onderwijs innoveren betekent dat de verniewing concreet, duidelijk en behapbaar zal moeten zijn. Bijvoorbeeld door minder dimensies tegelijkertijd mee te nemen en exact te benoemen hoe de gewenste situatie eruit zal moeten zien. Deze discussiefilm hoopt hieraan een bijdrage te leveren. Er worden elf dimensies van onderwijsvernieuwing geschetst. Per dimensie wordt daarbij ook de globale trend aangegeven.

woensdag 17 november 2010

Effectiever vreemde talenonderwijs met het digibord

Het vreemde talenonderwijs is volop in ontwikkeling. Niet in het minst omdat het ondersteunen van lessen door middel van digitale schoolborden nieuwe kansen en mogelijkheden biedt. De kracht van het digibord is daarbij dat de lessen realistischer, afwisselender en interactiever kunnen worden. Daarbij leidt een betere interactie tot meer denkkracht bij de leerlingen.
Dit biedt weer goede mogelijkheden om de doelen op een hoger niveau te leggen en het onderwijs effectiever te maken. Bekijk de discussiefilm en bespreek deze met uw collega's. Reacties zijn natuurlijk altijd van harte welkom.

Met dank aan Paul Baaijens en Linda Humme.